Door Arlene Gelderblom

Twee dagen geleden liep arts Aed Yaghi (57) uit Gaza nog door Groningen. Nu hoort hij dat er een staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas is aangekondigd. Voorzichtig durft hij te hopen dat het einde van de oorlog in zicht is. „Nu kan ik eindelijk naar huis.”

Aan de telefoon vanuit Caïro — waar Aed Yaghi (57) tijdelijk woont — klinkt geen uitzinnige man. De arts uit Gaza moet het allemaal nog maar zien gebeuren. In spanning volgt hij het laatste nieuws over het akkoord tussen Israël en Hamas. „Natuurlijk zijn we blij”, zegt hij. „Maar ik hoop dat het standhoudt. Dat het niet weer tijdelijk is, maar echt het einde van het geweld en ons lijden.” „Mijn familie en vrienden in Gaza zijn opgelucht”, vertelt hij. „Sommigen zijn vandaag zelfs al begonnen terug te keren van het zuiden naar Gaza-Stad, ongeacht het gevaar. Mensen kunnen gewoon niet wachten, zelfs niet een paar uur. Dat laat zien hoe groot hun verlangen is om weer thuis te zijn.”

‘Geen woorden voor de steun hier’
Eerder deze week spraken we Yaghi in Groningen. Hij was in Nederland om steun te vragen voor de humanitaire nood in Gaza. Terwijl zijn vliegtuig afgelopen zondag in Amsterdam landde, vulden de straten zich met een mensenmassa, gehuld in rood. Meteen na aankomst sloot hij zich aan bij het Rode Lijn-protest. „Ik heb geen woorden voor de steun die ik hier voel”, vertelde hij.
Ook in Groningen voelde Yaghi zich omarmd. Op zijn borst draagt hij altijd een speldje met de Palestijnse vlag. Toen hij deze week in een restaurant in de stad zat te eten, kwam iemand naar hem toe. „Deze vrouw vroeg in het Nederlands waar ze dat speldje kon kopen”, vertelt hij met een glimlach. „Ze wilde er ook een. Toen zei ik: dat speldje komt uit Gaza. U mag het hebben als ik uit Groningen vertrek.”
Yaghi was op uitnodiging van de stichting Groningen-Jabalya in Nederland. Hij is arts en onder meer directeur van de Gazaanse afdeling van de Palestinian Medical Relief Society (PMRS), een van de belangrijkste gezondheidsorganisaties in de Palestijnse gebieden. „Het staakt-het-vuren betekent hopelijk dat patiënten eindelijk de kans krijgen om Gaza te verlaten voor medische behandeling. En mensen zoals ik, die buiten Gaza zijn, krijgen misschien de mogelijkheid om terug te keren naar huis.”

directeur Aed Yaghi krijgt een symbolische cheque van voorzitter Bert Giskes met een donatie voor de PMRS

‘In Gaza heb ik niets meer, behalve mijn hart’
Yaghi woonde bijna zijn hele leven in Gaza, ook tijdens de eerste maanden van de oorlog. Tijdens een tijdelijk staakt-het-vuren eind november 2023 vertrok hij naar Egypte om een van zijn kinderen op te zoeken die daar studeert. Terugkeren bleek onmogelijk. Nu leeft en werkt hij in Caïro, samen met zijn directe familie. „Ik verliet Gaza met het plan om na een week terug te gaan”, vertelt Yaghi. „Maar toen ik in Caïro was, ging de grens opnieuw dicht. Sindsdien kan ik niet terug. Mijn huis is verwoest, zeventig familieleden zijn omgekomen. In Gaza heb ik niets meer, behalve mijn hart.”

We hopen op vrede, maar weten niet of de oorlog echt stopt’
Israël en Hamas hebben ingestemd met een eerste fase van een staakt-het-vuren. Israël zal zich gedeeltelijk terugtrekken uit Gaza zodra Hamas twintig gijzelaars vrijlaat, terwijl de grensovergangen beperkt opengaan voor humanitaire hulp en medische evacuaties.
Op de vraag of Yaghi gelooft dat dit het einde van de oorlog in Gaza betekent, haalt hij diep adem. „Ik weet het niet”, zegt hij. „Het belangrijkste is dat dit staakt-het-vuren echt standhoudt. Eerst veiligheid. Daarna komt het humanitaire: onderdak, voedsel, medicijnen, en andere basisbehoeften. Dan zullen mensen op zoek gaan naar hun vermisten; veel families zijn dierbaren kwijtgeraakt. En daarna moeten we nadenken over de wederopbouw. Hoe we ons land, ons thuis, kunnen heropbouwen.”
Yaghi ziet dat de psychische schade groot is in Gaza. „Veel kinderen zijn niet direct gewond, maar wel diep getraumatiseerd. Sommigen spreken nauwelijks nog, of vertonen andere stressgerelateerde klachten.”
Maar hij gelooft ook in de veerkracht van zijn volk. „We hebben nooit in rust geleefd. We leren ons telkens weer aan te passen. Dat vermogen is groot, maar dit keer is het anders. Mensen zullen zich uiteindelijk opnieuw aanpassen en verder gaan, dat weet ik zeker. Maar of we ooit terugkeren naar iets wat op normaal leven lijkt — als dat ooit al bestond — dat weet ik niet.”

Gaza ís mijn leven, verleden én toekomst’
Voor Yaghi bestaat er geen twijfel over zijn toekomst: zodra het kan, gaat hij terug. „Gaza zal onherkenbaar zijn als ik terugkeer”, zegt hij met weemoed. „Maar het gaat niet om stenen en gebouwen. Het zijn de herinneringen, de verbinding met de mensen daar. Dat gevoel valt niet te omschrijven.”
Hij hoopt dat de grens tussen Egypte en Gaza binnen dagen of weken opengaat, zodat hij na bijna twee jaar weer naar huis kan. „Ik wil terug, al leef ik eerst in een tent. Ik weet dat het leven daar ongelooflijk moeilijk zal zijn. Het zal nooit meer hetzelfde worden. Je kunt niet terug naar je huis, niet naar de stad zoals je die kende. Alles is anders. Maar Gaza ís mijn leven, mijn verleden én mijn toekomst.”

met toestemming overgenomen van het dagblad van het Noorden
https://dvhn.nl/groningen/in-groningen-vond-hij-deze-week-troost.-nu-hoopt-aed-57-dat-de-nachtmerrie-voorbij-is.-ik-wil-naar-huis-ook-al-ligt-gaza-in-puin-47500274.html