Een kerkelijke tekst die het woord genocide gebruikt is uitzonderlijk. Maar wat Palestijnse kerkleiders in Bethlehem hebben gepubliceerd, gaat verder: het is een frontale aanklacht tegen oorlog, apartheid én de westerse dubbelzinnigheid die dit allemaal mogelijk maakt. Kerkleiders en theologen spreken meestal in omzichtige woorden: verzoening, dialoog, en vooral geen scherpe oordelen. Maar in Bethlehem was die zalvende toon nergens te horen. In november stelden Palestijnse patriarchen en kerkhoofden er Kairos Palestina II voor, A Moment of Truth: Faith in a Time of Genocide. [1] Het is een tekst die hardop zegt wat elders vaak wordt ingeslikt.

Tijdens deze bijeenkomst in Bethlehem bespraken 140 Palestijnen en 160 internationale aanwezigen de huidige politieke en religieuze situatie. De genocidale oorlog in Gaza en de toenemende apartheid op de Westelijke Jordaanoever vormden de aanleiding voor dit geschrift. De gemeenschap voelde zich gedwongen om na te denken over de betekenis van geloof in een tijd van verschrikking.
Het document beschrijft de aanval op Gaza als een oorlog die honderdduizenden slachtoffers heeft geëist en bijna twee miljoen mensen heeft verdreven. De auteurs spreken over mensen die levend zijn verbrand, doodgemarteld in gevangenissen of herhaaldelijk gedwongen zijn te vluchten. Volgens de tekst is elk aspect van het leven in Gaza verwoest, van de gezondheidszorg tot het onderwijs. De westerse wereld heeft het Palestijnse volk opgeofferd en hiermee racisme en dubbele standaarden getoond. Vandaag de dag wordt volgens het document het ware gezicht van de zionistische ideologie zichtbaar. Het systeem wordt omschreven als een georganiseerd regime van apartheid dat met geavanceerde technologieën volledige controle uitoefent over het Palestijnse leven. Dit regime versnippert het land, verdeelt de bevolking en verandert de Palestijnse existentie in een “onbehaaglijke hel”.

Zionisme als structurele zonde tegen de schepping
Kairos II stelt dat genocide een proces is dat diep geworteld is in de koloniale geschiedenis van Europa. De staat Israël, opgericht in 1948, wordt in de tekst gezien als een voortzetting van een koloniaal project dat rust op racisme en een ideologie van religieuze superioriteit. De auteurs noemen dit een “structurele zonde tegen God, tegen de mensheid en tegen de schepping”. Het document uit ook felle kritiek op de westerse wereld. De auteurs stellen dat de oorlog in Gaza de hypocrisie van het Westen heeft blootgelegd. De waarden en de toewijding aan mensenrechten blijken volgens hen leeg. In de tekst staat dat de westerse wereld het Palestijnse volk heeft opgeofferd en hiermee racisme en dubbele standaarden heeft getoond.

Afrekening met christen-zionisme
Een aanzienlijk deel van het document is gewijd aan de kritiek op het christen-zionisme. Dat is een christelijke stroming die de stichting en uitbreiding van de staat Israël ziet als vervulling van Bijbelse profetieën en als onderdeel van Gods plan met de eindtijd. Daardoor steunen veel christen-zionisten Israël politiek en financieel vaak onvoorwaardelijk, ook wanneer dat botst met mensenrechten of het internationaal recht.
Het christen-zionisme vind je vooral bij evangelische en pinksterchristenen in de Verenigde Staten, in het Verenigd Koninkrijk en, mee door de groei van evangelische bewegingen in delen van Latijns-Amerika en Afrika.
Het document beschrijft het christen-zionisme als een theologie van racisme, kolonialisme en etnische superioriteit. Volgens de tekst roept deze ideologie op tot een racistische god van oorlog en etnische zuivering, wat volledig vreemd is aan de kern van het christelijk geloof.

Het document concludeert dat het christen-zionisme moet worden benoemd voor wat het is: een “theologische vervorming en een morele corruptie”. De auteurs eisen daarom dat religieuze gesprekken en de interreligieuze dialoog met christen-zionisten worden stopgezet. Het is volgens hen tijd dat kerken wereldwijd deze zionistische theologie verwerpen en erkennen dat de situatie in Palestina een kwestie is van koloniale overheersing.
De auteurs beperken hun blik niet tot Gaza. Ze beschrijven hoe kolonisten op de bezette Westelijke Jordaanoever verwoestingen aanrichten, gewassen vernietigen en waterbronnen vergiftigen. Dit gebeurt vaak onder bescherming of zelfs met actieve deelname van het Israëlische leger.
Tegelijkertijd benadrukt de tekst de situatie van Palestijnen die binnen de staat Israël leven. Daar is sprake van flagrant racisme, criminalisering van vrije meningsuiting en systematische verwaarlozing. Vooral de Bedoeïenengemeenschappen worden genoemd als slachtoffers van etnische zuivering, terwijl de vluchtelingen van 1948 nog steeds het recht op terugkeer naar hun dorpen wordt ontzegd.

Kritiek op eigen leiderschap
Het document is ook eerlijk over de interne problemen in de Palestijnse samenleving. Door de jarenlange bezetting en de nasleep van de Oslo-akkoorden[2] is de Palestijnse Autoriteit volgens de tekst gevangen geraakt in het dienen van de belangen van de bezetter. Het vertrouwen in de politieke leiding is grotendeels verdwenen. De tekst spreekt over een toename van corruptie en wetteloosheid die de frustratie en wanhoop onder de bevolking vergroot. Zelfs te midden van de vernietiging in Gaza worden diefstal en chaos benoemd als zaken die het lijden van het volk verergeren. Het document pleit voor een grondige nationale herbezinning om lessen te trekken uit het verleden, die leiden tot één gezamenlijke visie en een duidelijke strategie voor toekomstig handelen. Dat alles binnen een breed gedragen en democratisch vertegenwoordigd kader. Tegelijk waarschuwt het ervoor de nationale strijd een religieus karakter te geven of er een religieuze kwestie van te maken die godsdiensten tegenover elkaar zet.

Vrouwen en jongeren
Binnen de Palestijnse strijd wordt de vrouw door Kairos II omschreven als de “onbuigzame ruggengraat” die het huis, het land en de toekomst samenhoudt. Het document stelt duidelijk dat er geen sprake kan zijn van echte bevrijding zonder haar volledige deelname aan de besluitvorming op elk niveau.
Ook de jeugd krijgt een centrale plek. Hoewel hun woede en angst worden erkend, roepen de kerkleiders hen op tot hoop die geworteld is in actie. Jongeren worden aangespoord om zich te uiten via kunst, muziek en organisatie. De tekst benadrukt dat de Palestijnse kerk, als nazaat van de eerste kerk, onlosmakelijk verbonden is met de grond van het land en dat haar klokken zullen blijven luiden als getuigenis van de waarheid.

Oproep tot wereldwijde boycot en actie
In het laatste deel richten de auteurs zich tot de internationale gemeenschap. Christenen wereldwijd worden opgeroepen om hun regeringen onder druk te zetten om Israël te isoleren en verantwoordelijk te houden. Er wordt aangedrongen op de vervolging van oorlogsmisdadigers en op herstelbetalingen voor de wederopbouw van Gaza.
Het document maakt een scherp onderscheid tussen de Joodse identiteit en het zionisme. Het stelt dat niet elke Jood een zionist is en niet elke zionist een Jood. Joodse stemmen die zich verzetten tegen de oorlog worden verwelkomd als partners in de gedeelde menselijkheid en de strijd voor waardigheid.
De auteurs benadrukken dat ware solidariteit nooit gratis is. Het is een standpunt dat een prijs heeft en een morele verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Volgens de tekst is het vandaag Palestina, maar kunnen morgen andere onderdrukte volkeren aan de beurt zijn. De keuze is simpel: we leven samen of we gaan samen ten onder.
Het document besluit met de stelling dat elke politieke oplossing zinloos is zolang het historisch onrecht niet wordt erkend. Een echt begin vereist het ontmantelen van het koloniale systeem en de apartheid gebaseerd op Joodse suprematie. Uiteindelijk zal vrede niet rusten op geweld, maar op rechtvaardigheid en gelijkheid. Dit document wordt nu al vergeleken met historische teksten zoals die van Martin Luther King Jr. en de verklaringen tegen de apartheid in Zuid-Afrika.

Noten:
[1] Kairos is een Grieks woord dat ‘het juiste moment’ of ‘de beslissende tijd’ betekent. In tegenstelling tot chronos (meetbare tijd), verwijst kairos naar een geladen, kwalitatief moment waarop actie nodig is.
In de theologie duidt kairos op een moment waarop God ingrijpt in de wereld, zoals in de komst van Christus of de roep tot bekering. Bevrijdingstheologen gebruiken het begrip ook voor historische keerpunten die vragen om morele en politieke actie, zoals in de Kairos-documenten uit Zuid-Afrika (1985) en Palestina (2009). Hier krijgt kairos de betekenis van een historisch kantelmoment dat vraagt om profetisch engagement en morele duidelijkheid.
[2] De Oslo-akkoorden zijn een reeks interim-vredesafspraken tussen Israël en de PLO die op 13 september 1993 (Oslo I) een kader vastlegden voor Palestijns zelfbestuur en onderhandelingen over een definitieve regeling. In Oslo II (ondertekend op 28 september 1995) werden die afspraken verder uitgewerkt met concrete regelingen voor de Westelijke Jordaanoever en Gaza.
Voor de Palestijnse bevolking bood Oslo geen harde garanties op het einde van de bezetting: de grote kwesties (grenzen, Jeruzalem, vluchtelingen, nederzettingen) werden uitgesteld, terwijl Israël op het terrein de machtsverhoudingen kon blijven vastzetten. Het Palestijns zelfbestuur kreeg beperkt bestuur zonder echte soevereiniteit, en werd zo mee verantwoordelijk voor “beheer” van een ongewijzigde realiteit.

bron: de wereldmorgen.be  https://www.dewereldmorgen.be/artikel/2025/12/23/explosieve-kerktekst-vanuit-bethlehem-geloof-in-tijden-van-genocide