Protestbrief betreffende voorgenomen stedenband Amsterdam-Tel Aviv

 

De heer E. van der Laan

Burgemeester

Stadhuis

Postbus 202

1000 AE Amsterdam

 

Betreft: Samenwerking Amsterdam-Tel Aviv

 

Geachte heer van der Laan

 

In deze brief gaat de Stichting Groningen-Jabalya in op het plan van de gemeente Amsterdam om een samenwerking met de stad Tel Aviv aan te gaan. Dit plan is in de media bekend gemaakt en is terug te vinden op de internetsite van uw gemeente onder de rubriek ‘Herijking Internationaal Beleid Amsterdam 2014-2018’. Voor het nemen van een beslissing over deze samenwerking is door u en het college gewacht op de beëindiging van het gewapende conflict dat deze zomer tussen het Israëlische leger en Gaza heeft gewoed.

Onze Stichting is ernstig bezorgd over de geplande samenwerking vanwege de betekenis die het heeft voor allen die vrede en rechtvaardigheid in het conflict tussen Israëli’s en Palestijnen nastreven.

Wellicht rijst bij u de vraag om welke reden een Stichting die voornamelijk in het noorden van het land actief is, belangstelling heeft in het internationaal beleid van Amsterdam. Het antwoord op deze vraag is terug te vinden in de notitie Internationaal Beleid 2014-2018. Amsterdam Internationaal Verantwoordelijke Hoofdstad’ die door de Amsterdamse gemeenteraad unaniem is aangenomen op 13 maart 2014. De rode draad in deze notitie is de verantwoordelijkheid van de hoofdstad in haar internationaal beleid. De Stichting Groningen-Jabalya omarmt deze zienswijze en is daarom van mening dat de betekenis en de gevolgen van het handelen van Amsterdam op internationaal niveau veel verder rijken dan de grenzen van de stad zelf.

 

Notitie Internationaal Beleid 2014-2018. Amsterdam Internationaal Verantwoordelijke Hoofdstad

Uit de hiervoor genoemde notitie blijkt dat de steden waarmee Amsterdam samenwerkt, gezocht worden in Europa, in de herkomstlanden van migranten en in acquisitielanden. Op enkele uitzonderingen na wordt gepleit voor voortzetting van de bestaande samenwerking met deze steden. Daarnaast wordt ruimte open gehouden voor ‘een samenwerking met nieuwe partners’ aan te gaan ‘als zich kansen voordoen’. Depijler Amsterdam Internationaal Verantwoordelijke Hoofdstad moet [namelijk] zodanig ingericht zijn dat daarmee ook samenwerking met andere steden mogelijk moet blijven(Notitie par. 4.4.4).

 

De notitie die unaniem door de gemeenteraad is aangenomen op 13 maart 2014 bevat nergens een aanwijzing van nieuwe steden die voor samenwerking in aanmerking komen. Het heeft ons daarom verbaasd dat op de internetpagina van de gemeente waarop een samenvatting van de notitie is gepubliceerd, tot twee maal toe de samenwerking met de stad Tel Aviv wordt vermeld. Ten eerste worden in deze samenvatting ‘Tel Aviv en het Syrische vluchtelingenkamp Al Zaatari in Jordanië’ als voorbeelden genoemd. Even verder wordt opnieuw vermeld dat ‘als verantwoordelijke hoofdstad bouwt Amsterdam ook aan samenwerking met Tel Aviv’.1

 

Procedurele aspecten

De Stichting Groningen-Jabalya is op de hoogte van het verzoek van enkele gemeenteraadsfracties om een samenwerking van Amsterdam met Tel Aviv aan te gaan.

De vermelding hiervan op de internetsite van de gemeente op 18 maart j.l. is echter in strijd met de bestuursrechtelijke procedure voor het aangaan van een nieuwe samenwerking zoals in de notitie is beschreven. De notitie is in paragraaf 4.5 duidelijk hierover:Een verzoek voor een nieuw samenwerkingsverband dat buiten de nieuwe geografische keuzes valt, dient vooraf ter goedkeuring via de portefeuillehouder internationaal beleid aan het College te worden voorgelegd’. Goedkeuring is dus ook vereist voor een eventuele samenwerking met de stad Tel Aviv en mocht niet als een reeds genomen beslissing op de site van de gemeente worden vermeld.

De Stichting vraagt zich af of de mededeling op de site van de gemeente dat Amsterdam ‘als verantwoordelijke hoofdstad’ ook aan samenwerking met Tel Aviv bouwt,bedoeld is om een voldongen feit te creëren waarop de burgemeester als portefeuillehouder internationaal beleid en het College moeilijk terug kunnen komen.

 

Keuze voor samenwerking met Tel Aviv of het zoeken naar een ´balans´

De Stichting Groningen-Jabalya heeft bedenkingen over de motieven voor het aangaan van een samenwerking met Tel Aviv door een stad die zichzelf als een ‘verantwoordelijke stad’ beschouwt. In de samenvatting van de notitie ‘Internationaal Beleid Amsterdam 2014-2018’ die op 18 maart 2014 op de site van de gemeente is geplaatst, wordt Tel Aviv in een adem genoemd met het vluchtelingenkamp Alzaatari in Jordanië. Uit ingewonnen informatie over dit onderwerp blijkt dat voor sommige fracties een ‘balans’ gecreëerd moet worden tussen de twee beoogde samenwerkingsverbanden namelijk dit vluchtelingenkamp en Tel Aviv. Dit blijkt tevens uit discussies over deze kwestie in een van de laatste commissievergaderingen van de gemeenteraad waar herhaaldelijk gewezen wordt op de ‘balans’ die moet bestaan tussen samenwerking met Alzaatari en Tel Aviv.

De ernstige politieke en humanitaire situatie waarin Gazanen en Israëli’s zich bevonden in juli en augustus van dit jaar hebben uiteindelijk tot de beslissing geleid om met het afhandelen van deze kwestie te wachten tot het einde van de gewapende aanvallen door beide partijen. Verwacht wordt dat het onderwerp zeer binnenkort opnieuw op de agenda van de Raad geplaatst zal worden.

De Stichting Groningen-Jabalya heeft bedenkingen over de gezochte ‘balans’ tussen beide samenwerkingsverbanden.

 

Ontstaan en betekenis van de samenwerking met het vluchtelingenkamp Alzaatari

Alzaatari is een toevluchtsoord voor meer dan 100.000 Syrische vluchtelingen die naar Jordanië zijn gevlucht als gevolg van de burgeroorlog in Syrië. Deze vluchtelingen hebben tot nog toe weinig zicht op terugkeer naar hun land waardoor Alzaatari steeds meer de kenmerken van een stad aanneemt.2 Het vluchtelingenkamp bezit echter niet de noodzakelijke infrastructuur om als een stad te functioneren.

In 2013 heeft het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken de VNG verzocht om Alzaatari op te nemen in haar internationale projecten en met de VN organisatie UNHCR samen te werken bij het verlenen van hulp aan het vluchtelingenkamp. Op 11 november 2013 heeft een delegatie van ambtenaren uit Amsterdam deelgenomen aan een ‘scoping mission’ naar Alzaatari om zich te oriënteren op de aard van de steun die aan het kamp verleend kan worden. Uit persberichten en uit informatie op de site van VNG International blijkt dat Amsterdam inderdaad als partner van de VNG deel zal nemen aan de uitvoering van het VNG-project in Alzaatari.3

In ´Nederlands Times´ heeft u bekend gemaakt dat de expertise van Amsterdam heel waarschijnlijk gericht zal zijn op het water management en op het creëren van een infrastructuur voor het verzamelen van afval.4 Unicef heeft zich onlangs bij het project gevoegd om hulp aan kinderen van het Alzaatari vluchtelingenkamp te bieden door zorg te dragen voor schoonwater en voor het bouwen van een sanitaire infrastructuur.

Voor het project in Alzaatari heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken een miljoen euro vrijgemaakt. De door de gemeente Amsterdam te bieden expertise wordt uit dit bedrag bekostigd.

 

Enkele vragen over de gezochte ‘balans’

Wij zijn van mening dat het baseren van de samenwerking van Amsterdam met Tel Aviv op de noodzaak om een ´balans´ te creëren met het verlenen van expertise aan het vluchtelingenkamp Alzaatari, uiterst dubieus is. Kennelijk zijn de fracties die om deze samenwerking hebben gevraagd zich ervan bewust dat een motief gevonden moet worden voor een weinig aanvaardbare samenwerking met Tel Aviv, de effectieve hoofdstad van Israël.5

– Het is ons onduidelijk hoe coherent de redenering is volgens welke de samenwerking met de VN organisaties UNHCR en UNICEF met het doel expertise aan het vluchtelingenkamp Alzaatari te leveren, tot compensatie aan Israël moet leiden door het aangaan van een samenwerking met Tel Aviv.

Als de fracties een samenwerking met de VN organisaties in Alzaatari verwerpelijk vinden omdat dit kamp zich in een Arabisch land bevindt en daarmee humanitaire steun aan “Arabieren” biedt, dan moeten zij dit argument openlijk gebruiken en de hulp aan Alzaatrari afwijzen. Deze fracties gebruiken echter de samenwerking met Alzaatari als excuus om Israël te laten profiteren van de herijking van het internationaal beleid van Amsterdam.

Moet een Israëlische stad met samenwerking gecompenseerd worden elke keer dat Amsterdam humanitaire hulp zal bieden aan een project dat in een Arabisch land uitgevoerd wordt? Vandaag Alzaatari vluchtelingenkamp in Jordanië versus Tel Aviv, morgen een Soedanees vluchtelingenkamp of een gemeente in het noorden van Soedan (dat deel uitmaakt van de Arabische Liga) versus Haifa en overmorgen een Libanese gemeente die de expertise van Amsterdam vraagt bij bestuurlijke innovatie versus een Israëlische nederzetting?

– De ‘verantwoordelijkheid van Amsterdam’ in haar buitenlands beleid houdt in dat rekening gehouden wordt met het internationaal recht. Daar is de gemeente Amsterdam zich van bewust. In 2012 heeft de schending van mensenrechten door Suriname geleid tot de verbreking van de samenwerking met dat land. Bovendien wordt het respect voor mensenrechten in de notitie Internationaal Beleid 2014-2018 als uitgangspunt van het internationaal beleid van de stad aangewezen. Dit wordt als volgt verwoord:

Gezien het profiel van Amsterdam en onze rol als internationaal verantwoordelijke hoofdstad adviseert ons College om “mensenrechten” een integraal onderdeel te laten zijn van het internationale beleid van de stad’ (par. 4.3).

 

De Stichting Groningen-Jabalya wijst erop dat samenwerking met Tel Aviv niet anders kan worden gezien dan als steun aan de politiek van Israël ten aanzien van de Palestijnen. De lijst van schendingen van het internationaal recht door Israël is te omvangrijk om hier in haar geheel vermeld te worden. Wij kunnen ons beperken tot enkele voorbeelden zoals het negeren door Israël van honderden resoluties van de VN Veiligheidsraad met betrekking tot de rechten van Palestijnse vluchtelingen en de aanhoudende bouw van nederzettingen in de westelijke Jordaanoever die het stichten van een leefbare Palestijnse staat onmogelijk maakt. Deze daden zijn onder meer in de opinie van het Internationale Hof van Justitie in Den Haag in 2004 veroordeeld, echter zonder enig invloed op de politiek van Israël.6 De bevindingen van het Hof zijn tot nu toe, tien jaar naar de publicatie ervan nog volledig van toepassing op de huidige situatie. Daarnaast vormen de herhaalde aanvallen op Gaza met als gevolg duizenden doden en gewonden en de volledige verwoesting van de infrastructuur van de Gazastrook schendingen van het internationaal recht die door onder ander de VN commissie voor de mensenrechten zijn veroordeeld.7

Met de discussie over het aangaan van een samenwerking met Tel Aviv, zou in uw gemeente gewacht worden met de beëindiging van het gewapende conflict tussen Israël en Gaza. Sinds enkele weken is een wapenstilstand tussen beide partijen van kracht. Dit kan echter niet worden beschouwd als een beëindiging van het conflict die een hervatting van de discussie in de gemeente over samenwerking met Tel Aviv rechtvaardigt. De verwoestende gevolgen van de aanvallen op Gaza zijn op menige internetsites te zien.8 De blokkade van Gaza in de zee, op de grond en in de lucht is nog steeds van kracht en zal ongetwijfeld tot nieuwe gewapende uitbarstingen leiden. Israël heeft direct na de wapenstilstand aangekondigd Palestijnse grond te confisqueren voor de bouw van nog meer nederzettingen.

Deze daden mogen niet worden beloond met het aangaan van een samenwerking met Tel Aviv.

 

Conclusies

Het argument dat een ´balans´ gezocht moet worden tussen samenwerking met het vluchtelingenkamp Alzaatari en de stad Tel Aviv is volkomen uit de lucht gegrepen. Het betreft immers compleet verschillende projecten waarbij het ene volstrekt humanitair van aard is en het andere een zuiver politieke betekenis en doel heeft.

Het aangaan van een samenwerking met Tel Aviv is in strijd met het uitgangspunt dat Amsterdam in haar buitenlands beleid een verantwoordelijke hoofdstad moet zijn, een hoofdstad die oog voor mensenrechten heeft en deze rechten hoog in de wandel heeft.

De samenwerking met Tel Aviv zal bovendien als een ernstige uiting van minachting voor de rechten van het Palestijnse volk worden uitgelegd.

 

Wij hopen van harte dat u rekening zult houden met de inhoud van deze brief bij het nemen van een beslissing.

 

Met de meeste hoogachting,

 

Stichting Groningen-Jabalya

Namens deze:

mr dr. L. Jordens-Cotran

Groningen, 14 september 2014

2De uitzichtloze situatie van Syrische vluchtelingen in de Alzaatari vluchtelingekamp in Jordanië wordt beschreven in de krant Jordan Times waar de VNG naar verwijst. Zie: http://jordantimes.com/largest-camp-for-syrian-refugees-becoming-a-city

3http://www.vng-international.nl/our-projects/projects/project/Jordan_Municipal_Assistance_to_Al_Zaatari_Refugee_Camp_and_Local_Governments_in_Al_Mafraq_Govern.html

4 www.nltimes.nl/2014/03/17/amsterdam-aids-syrian-un-camp

5Ondanks de annexatie van Oost Jerusalem en de wet van 13 mei 2007 waarin is vastgelegd dat alle ministeries en overheidsinstellingen binnen acht jaar naar Jeruzalem moeten verhuizen, zijn de meeste regeringskantoren nog steeds in Tel Aviv gevestigd. Nieuwe regeringsgebouwen worden voornamelijk in Tel Aviv gebouwd, waar ook de premier van Israël blijft wonen, http://israeltoday.nl

6De opinie van het Hof is te raadplegen op: http://www.icj-cij.org/docket/files/131/1677.pdf

7 Verwezen wordt bovendien naar de rapporten van Human Rights Watch met betrekking tot de herhaalde Israëlische aanvallen, www.hrw.org

8 O.a. te zien op : http://www.bing.com/images/search?q=devastation+gaza+fotos&qpvt=devastation+gaza+fotos&FORM=IGRE

antwoord gemeente a'dam over stedenband met Tel aviv

antwoord gemeente a’dam

 

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail